op 24 jun 2020

Er is een consensus gevonden binnen de Kamer over de schorsing van de opzegtermijn tijdens de periodes van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht in het kader van de coronamaatregelen. 

De wet van 15 juni 2020 tot opschorting van de opzeggingstermijn voor ontslagen gegeven voor of tijdens de periode van tijdelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van overmacht ingevolge de COVID-19-crisis werd op 22 juni 2020 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.(1)

Waarom een wetgevend initiatief noodzakelijk werd geacht

Wanneer een opzeg wordt gegeven door de werkgever voor of tijdens een periode van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, zal de looptijd van de opzegtermijn in bepaalde gevallen worden opgeschort tijdens die periode van schorsing.(2) Dit is bijvoorbeeld het geval bij economische werkloosheid.(3)

Tot voor kort hoorde de tijdelijke werkloosheid omwille van overmacht ingevolge de COVID-19-crisis niet tot die gevallen.(4)

Een flinke constructiefout dat snelle en goedkope ontslagen mogelijk zou maken en misbruikt zou worden door bedrijven, aldus M. KITIR.(5) Een deel of het geheel van de opzegtermijn komt immers ten laste van de sociale zekerheid.(6) De werknemer valt in die periode van tijdelijk werkloosheid dan  terug op een werkloosheidsuitkering.

De visie dat het huidige systeem misbruikt zou worden als goedkope ontslagmachine, wordt niet gevolgd door Werkgeversorganisatie UNIZO, die daaraan toevoegt dat bedrijven geen mensen ontslaan voor hun plezier.(7)

Het initiële wetsvoorstel voorzag in een werking van de nieuwe wet met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020. Dit zou een open deur geweest zijn voor oneindige discussies en voor talloze procedures voor de arbeidshoven en -rechtbanken. Onder andere naar aanleiding van het advies van de Raad van State (8) werd hier uiteindelijk toch afstand van genomen wat in ieder geval de rechtszekerheid ten goede komt.

Nochtans zal de werkgever die werknemer ontslaat met prestatie van een opzegtermijn, zorgvuldig moeten tellen om niet toch een aanvullende opzegvergoeding te moeten betalen.

Nieuwe regeling vanaf 22 juni 2020

Vanaf 22 juni 2020 geldt een nieuwe regeling.  

Wordt de opzegging door de werkgever gegeven voor of tijdens de schorsing van de uitvoering van de overeenkomst wegens tijdelijke overmacht die het gevolg is van de door de regering getroffen maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, houdt de opzegtermijn op te lopen tijdens de schorsing.

De opzegtermijn loopt wel gewoon door – en dus ook tijdens de schorsing omwille van tijdelijke overmacht – indien deze reeds lopende was voor 1 maart 2020.  

Wat betekent dit concreet voor u?

Wanneer de werknemer de arbeidsovereenkomst opzegt (of opgezegd heeft na 1 maart 2020) blijft de opzegtermijn ook tijdens de periodes van tijdelijke werkloosheid doorlopen. Dit is een toepassing van de algemene principes.

Wanneer de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt, zijn er een aantal scenario’s denkbaar:

De opzegtermijn was reeds lopende voor 1 maart 2020

In dit geval is er geen probleem. De nieuwe regeling zal geen toepassing vinden, ook niet als de opzegtermijn nog geen einde heeft genomen voor 22 juni 2020.

De opzegtermijn nam een aanvang vanaf 1 maart 2020 en een einde voor 22 juni 2020  

Ook in dit geval is er geen probleem. De wet heeft – in tegenstelling tot hetgeen initieel de bedoeling was – geen retroactieve werking.

De opzegtermijn nam een aanvang vanaf 1 maart 2020 en heeft geen einde genomen voor 22 juni 2020

De opzegtermijn wordt geschorst tijdens de periodes van tijdelijke werkloosheid naar aanleiding van de coronamaatregelen, en dit vanaf 22 juni 2020. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst slechts op een later tijdstip een einde zal nemen.


Heeft u omtrent deze bijdrage verdere vragen? Aarzel dan niet om ons te contacteren.

Arkalis – Partners in law

 

Actueel tot 24 juni 2020



(1) Wet van 15 juni 2020 tot opschorting van de opzeggingstermijn voor ontslagen gegeven voor of tijdens de periode van tijdelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van overmacht ingevolge de COVID-19-crisis, BS 22 juni 2020.

(2) Artikel 37/7, § 2, van de Arbeidsovereenkomstenwet.

(3) Artikel 37/7, § 2 en artikel 51 van de Arbeidsovereenkomstenwet.

(4) De wetgeving moet daarin immers voorzien: Cass. 7 januari 1985, RW  1984-85, 2204; V. MASTELINCK, “Schorsing van de opzeggingstermijn: komaf ermee?” in ADVOCATENKANTOOR CLAEYS & ENGELS, Arbeidsovereenkomstenwet na 40 jaar... opnieuw anders bekeken / la Loi du 3 juillet 1978 40 ans après... à nouveau vue sous un angle différent, Gent, Larcier, 2018, (385) 387-388; W. VAN EECKHOUTTE, Sociaal CompendiumArbeidsrecht met fiscale notities 2019-2020, Mechelen, Kluwer, 2017, 2498.

(5) SPA, Opinie Meryame Kitir: "Wie nu ontslagen wordt, verdient een opzegtermijn die effectief uitbetaald wordt, net zoals in "normale" tijden", www.s-p-a.be/artikel/opinie-meryame-kitir-wie-jarenlang-gewerkt-heeft-e (consultatie 22 juni 2020); T. VAN DIEPEN, “Kitir maakt einde aan goedkope ontslagen door coronacrisis”, Het Belang van Limburg 6 mei 2020.

(6) MvT bij het Wetsvoorstel (M. KITIR en A. VANROBAEYS) van 29 april 2020 tot opschorting van de opzeggingstermijn voor ontslagen gegeven voor of tijdens de periode van tijdelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van overmacht ingevolge de COVID-19-crisis, Parl.St. Kamer 2019-20, nr. 1212/1.

(7) X, “Bedrijven gebruiken tijdelijke werkloosheid niet om mensen te ontslaan”, De Tijd 12 mei 2020.

(8) Adv.RvS nr. 67.486/1 van 5 juni 2020 bij het wetsvoorstel tot opschorting van de opzeggingstermijn voor ontslagen gegeven voor of tijdens de periode van tijdelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van overmacht ingevolge de COVID-19-crisis; Adv.RvS nr. 67.487/1 van 5 juni 2020 bij de amendementen op een wetsvoorstel tot opschorting van de opzeggingstermijn voor ontslagen gegeven voor of tijdens de periode van tijdelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van de overmacht ingevolge de COVID-19-crisis.